NHG Voorwaarden en Normen 2026
Aflossingsvrij bij verhuizen en verkoop
Vanaf 1 januari 2026 mag een bestaande lening met NHG bij de verkoop van de oude woning tijdelijk volledig aflossingsvrij worden gemaakt, zolang de consument twee woningen heeft en de intentie heeft te verhuizen. Dit mag zolang beide woningen fiscaal als ‘eigen woning’ gelden, dus maximaal het lopende kalenderjaar plus de drie daaropvolgende jaren. In de V&N 2026 zijn de regels voor het vrijgeven van opgebouwde waarde in een opbouwproduct verduidelijkt en versoepeld. Geldverstrekkers mogen een gekoppeld opbouwproduct vrijgeven tijdens regulier beheer, bij hoofdelijk ontslag of oversluiten. De opgebouwde waarde blijft bedoeld voor aflossing, maar als vrijgave verantwoord is én in het belang van de consument, mag dat. Daarbij gelden de gebruikelijke NHG-regels voor de omvang van een aflosvrije lening.
Duidelijkheid bij financieringslasten bij kortere looptijden
De regels voor het toetsen van financieringslasten sluiten in 2026 volledig aan bij de Tijdelijke regeling hypothecair krediet (Trhk). De NHG-toets wordt volgordelijk in drie stappen uitgevoerd:
- Op basis van de hoofdsom en de werkelijke (restant) looptijd.
- Op basis van de hoofdsom minus de opgebouwde waarde en de werkelijke (restant) looptijd.
- Op basis van de hoofdsom en een fictieve looptijd van 30 jaar.
Alleen als een berekening in een eerdere stap tot een afwijzing leidt, wordt naar de volgende stap gegaan. Als stap 3 nodig is, wordt ook de gewogen gemiddelde rente over 30 jaar bepaald.
Ruimere toetsing van inkomen tussen AOW en pensioen
NHG versoepelt de mogelijkheid om inkomen mee te toetsen vanaf de AOW-leeftijd. Tot nu toe mochten geldverstrekkers vanaf de AOW-datum alleen inkomsten uit AOW, pensioen of lijfrente meenemen. Voortaan mag de geldverstrekker beoordelen of een tijdelijk lager toetsinkomen tussen de AOW- en pensioendatum verantwoord kan worden opgevangen. Dat kan bijvoorbeeld met ander aantoonbaar inkomen, zoals loon of inkomsten uit een onderneming. Deze verruiming geldt uitsluitend voor de periode tussen de AOW-leeftijd en de wettelijke pensioenrichtleeftijd van 68 jaar.
