Aandeel vervroegd gepensioneerde zestigers daalt

Bijna de helft van de zestigers onder de AOW-leeftijd heeft in 2024 werk als hoofdinkomen. In 2014 was dat nog 37%. Het aandeel met een werkloosheidsuitkering daalde van 4% naar 2%. Ook het aantal zelfstandigen nam toe, van 10% naar 13%. Het aandeel zestigers zonder eigen inkomsten daalde van 15% in 2014 naar 9% in 2024. Van deze groep woont 80% samen met een partner met inkomen.

Meeste werknemers bouwen aanvullend pensioen op

Van alle 60-plussers onder de AOW-leeftijd hebben 1,3 miljoen mensen een aanvullend pensioen opgebouwd bij een werkgever. Dit geldt voor 96% van de werknemers. Ook onder mensen met een werkloosheidsuitkering (95%) en een arbeidsongeschiktheids- of ziektewetuitkering (86%) heeft de meerderheid aanvullend pensioen opgebouwd.

Onder zelfstandigen ligt dit aandeel met 6% aanzienlijk lager. Dit betreft veelal pensioenopbouw uit een eerdere periode in loondienst. Zelfstandigen kunnen daarnaast pensioen hebben opgebouwd via individuele regelingen.

De grootste groep zonder aanvullende pensioenopbouw bestaat uit bijstandsgerechtigden; 73% van hen heeft geen aanvullend pensioen. Ook onder zestigers zonder eigen inkomsten heeft bijna de helft geen aanvullende pensioenopbouw.

Vrouwen vaker zonder aanvullend pensioen

In 2024 zijn er meer vrouwen dan mannen die vóór de AOW-leeftijd met pensioen zijn: 92.000 vrouwen tegenover bijna 74.000 mannen. Vrouwen hebben vaker geen aanvullend pensioen opgebouwd bij een werkgever dan mannen. Dit geldt voor 27% van de vrouwen en 18% van de mannen. In alle inkomensgroepen bouwen vrouwen relatief vaker geen of minder aanvullend pensioen op.